Programma 2017-2022

Eind 2017 is in opdracht van Rijkswaterstaat een nieuw programma gestart om de paraatheid in Nederland voor olievogelincidenten optimaal voor te bereiden.

Het doel is om via gerichte trainingen en uiteenlopende oefeningen het personeel van overheden en deelnemende organisaties voor te bereiden om een olieverontreinigings-incident waarvan vogels het slachtoffer zijn tot een goed einde te brengen, met optimale resultaten voor dierenwelzijn en maatschappelijke belangen in samenwerking met een groot aantal organisaties.
Daarbij staan criteria voor dierenwelzijn centraal, alsmede het beleid omtrent bescherming van diersoorten en de daarmee samenhangende richtlijnen voor euthanasie en het verantwoord opvangen en weer vrijlaten van wilde dieren.

Het programma is ambitieus en zal over een periode van vijf jaar worden uitgevoerd onder leiding van Sea Alarm in nauwe samenwerking met de SON.
Het programma is opgesplitst in de volgende deelprojecten die tegelijkertijd plaatsvinden:

  • ACTUALISATIE SBV
  • OPERATIONELE PARAATHEID
  • COÖRDINATIE SON
  • ONDERZOEKSACTIVITEITEN
  • SAMENWERKING
  • OEFENPROGRAMMA

Het programma werkt samen met organisaties die unieke expertise of belangen vertegenwoordigen, en zij worden gevraagd om in de nasleep van een incident ook verantwoordelijkheden te nemen in de afhandeling van een olievogelprobleem. De rollen en taken die daar bij horen worden nauwkeurig gedefinieerd en met regelmaat getraind en geoefend. De SON zal naar alle partijen toe een ondersteunende taak vervullen.

ACTUALISATIE SBV

De SBV (Samenwerkingsregeling afhandeling besmeurde vogels) regelt de samenwerking tussen de vele betrokken partijen die een rol spelen tijdens olievogelincidenten. In principe staat het hele proces, het vangen, revalideren/euthanaseren, ringen, loslaten en post mortem onderzoek van olievogels beschreven in de regeling.

Na tien jaar zijn een groot aantal inzichten gegroeid met betrekking tot de complexiteit van het beheersen van olie incidenten waar dieren bij zijn betrokken en is de oorspronkelijke tekst aan een grondige herziening toe.

De regeling bestond al uit drie delen (strategische grondslag, operationele uitwerking, data) en deze structuur zal worden gehandhaafd, maar teksten zullen worden aangepast om de huidige verdelingen van verantwoordelijkheden expliciet te beschrijven.

De strategische grondslag beschrijft de rationale voor het hebben van een specifieke samenwerkingsregeling voor olievogels, de doelstelling van die samenwerking, en het operationeel en beleidsmatig kader dat daarvoor nodig is.

Het operationele deel geeft aan wie wat doet en wanneer. Dit deel zal verduidelijkt worden met leidende schema’s, en beter op elkaar afgestemde procedures en bijbehorende taken voor individuele rollen binnen de incidentenbestrijding, zowel op zee als op de kust.

Het derde deel (data) zal een groot aantal bijlagen bevatten, met daarin de nodige details die bij de uitvoering van het operationele nodig zijn. Deze bijlagen kunnen zonodig jaarlijks worden bijgesteld aan de hand van veranderende omstandigheden of de ervaring uit de oefeningen.

OPERATIONELE PARAATHEID

Een goed respons plan heeft haalbare doelstellingen. Grote internationale incidenten hebben aangetoond dat niet alle olieslachtoffers gered kunnen worden. Hoe goed men ook is voorbereid, er is altijd een grens aan capaciteit, ofwel omdat het incident een schaalgrootte heeft die de beschikbare capaciteit van menskracht of middelen overstijgt, ofwel dermate langdurig aanhoudt dat bronnen uitgeput raken. Het Nederlandse respons plan anticipeert op een Tricolor scenario, waarbij gestreefd wordt naar een goed voorbereide opvangcapaciteit van honderden vogels gedurende een aantal dagen.

Dit vormt de basis voor het ontwikkelen van de bijbehorende capaciteit van opgeleide menskracht en middelen.

  • OPLEIDING, TRAINING, OEFENING
  • BEPERKEN DIERENLEED
  • DRAAIBOEKEN EN VELDWERKZAAMHEDEN
  • 24/7  COÖRDINATIE CENTRUM
  • CAPACITEIT OPVANGCENTRA

Opleiding, training, oefening

Het succes van een respons plan hangt af van de mate waarin uitvoerders via Opleiding, Training, Oefening (OTO) zijn voorbereid op hun rol.Taken en verantwoordelijkheden binnen de SBV kunnen zeer uiteenlopen, van een officiële overheidsrol binnen de crisis- en rampenbestrijding, het managen van een (langdurig) incident, tot het zoeken, vangen, revalideren en euthanaseren van olievogels en (post-mortem) wetenschappelijk onderzoek. Al deze rollen zullen in de herziene SBV worden beschreven met de bijbehorende taken.

Als onderdeel van het Programma 2017-2022 zal een trainings- en oefenprogramma worden uitgevoerd waarin elke rol uitgedrukt wordt in een OTO. De trainingen zullen leiden tot een toenemend aantal specifiek opgeleide mensen, die een rol kunnen vervullen binnen een incident.

Via een database wordt bijgehouden welke mensen opgeleid en getraind zijn, en hoe zij lokaal, regionaal of nationaal kunnen worden ingezet om te helpen bij de afwikkeling van een incident. Zo zal het inzichtelijk blijven of er genoeg getrainde capaciteit voor elke rol is ontwikkeld of dat er extra trainingen lokaal of regionaal nodig zijn. Dit zal jaarlijks in overleg met Rijkswaterstaat op basis van rekenmodellen geëvalueerd en zo nodig bijgesteld worden. Zie ook onderzoeksactiviteiten en capaciteit opvangfaciliteiten.

Trainingen
Opvang levende olievogels

Voor alle rollen die zich met levende olievogels bezighouden zijn Europese trainingen ontwikkeld door de EUROWA-groep, waar ook Nederlandse organisaties bij zijn aangesloten. Het IPIECA handboek voor de revalidatie van olievogels is daarin de leidraad, zodat iedereen dezelfde ‘best practice’ methode kan leren toepassen en op die manier de kwaliteit van de revalidatie van vogels bewaakt wordt.De training voor iedere rol bestaat uit een gedeelte theorie en een gedeelte praktijk. Men kan zich trapsgewijs kwalificeren, met andere woorden, elk volgend trainingsniveau is slechts toegankelijk na succesvolle afronding van de vorige.Training volgens deze principes stelt opvangcentra en aanverwante organisaties in staat om zich aan te sluiten bij het SON netwerk en zich volgens de gestelde normen te kwalificeren.

Dierenartsen

Het programma voorziet in een module voor dierenartsen om zich te specialiseren in de veterinaire aspecten van olievogelopvang en het succesvol runnen van een (tijdelijk) opvangcentrum met grote aantallen vogels. De module zal worden gegeven door Prof. dr.dr.hc GM Dorrestein.

Managers

De trainingen voor zowel SBV incident – als TOV-managers zijn uitsluitend toegankelijk op uitnodiging en zullen worden verzorgd door experts van Sea Alarm.

Aanmelding

De verschillende trainingen zullen in 2018 van start gaan en zullen toegankelijk zijn voor personeel en/of vrijwilligers van aan de SBV deelnemende organisaties.
De trainingen zullen zowel lokaal als regionaal plaatsvinden.

Beperken dierenleed

Een belangrijk onderdeel van een respons plan is het feit dat een aantal vogels niet gerevalideerd zal kunnen worden. Sommige vogels hebben een te slechte gezondheidstoestand om nog voor revalidatie in aanmerking te komen. Daarnaast kunnen zoveel vogels besmeurd raken dat de beschikbare capaciteit in de vogelopvang niet toereikend is. Een humane vorm van euthanasie zal dan het dierenleed kunnen beperken. In overleg met de autoriteiten, wetenschappers, dierenartsen en specifieke dierenwelzijnsorganisaties zijn is in het kader van de SBV bepaald welke vorm van euthanasie zal worden uitgevoerd evenals de criteria die gehanteerd zullen worden om een beslissing per vogel te kunnen nemen. Ook dit facet zal ondersteund worden door trainingen en oefeningen.

Draaiboeken en veldwerkzaamheden

Een incident kan zich lokaal en kleinschalig voordoen, bijvoorbeeld in een haven of estuarium, waarbij de olie-uitstroom en het aantal vogelslachtoffers beperkt blijft. Ook is het denkbaar dat een incident langdurig een uitstroom van olie veroorzaakt en dat een groot deel van de Nederlandse kust met de gevolgen daarvan te maken krijgt. Een olie-incident noordelijk van de Waddeneilanden, in het Waddengebied, in de Voordelta of langs de Hollandse Kust kan een zodanige complexe situatie veroorzaken dat een meer centraal geleide interventie in het kader van de SBV nodig is.

Voor de verschillende kustregio’s in Nederland zullen draaiboeken ontwikkeld worden, die precies in kaart brengen welke organisaties de regio goed kennen en beheren, maar ook hoeveel mensen nodig zijn gedurende een bepaalde tijd om de veldwerkzaamheden uit te voeren: het vinden en vangen van olievogels.
De in kaart gebrachte organisaties zullen benaderd worden en gevraagd of ze geïnteresseerd zijn in het aanvaarden van een rol bij de afhandeling van een incident.
Via deelnemende organisaties kunnen dan mensen voor specifieke veldwerkzaamheden opgeleid worden via trainingen. In een later stadium kunnen de organisaties zelf via een train- de-trainer programma eventuele vrijwilligers opleiden.

De opgeleide vrijwilligers van de natuurorganisaties kunnen ervaring opdoen met het operationele deel van de SBV (draaiboeken en rollen) via het SBV oefenprogramma. Op basis daarvan zullen draaiboeken worden getoetst en waar nodig aangepast.

24/7 Coördinatiecentrum

Een nieuw element binnen de geactualiseerde SBV is de plaats en rol van een 24/7 SBV crisisteam dat coördinerende taken heeft voor de uitvoering van de SBV.In overleg met RWS, Veiligheid regio’s, Gemeenten en de betrokken organisaties zal een kernteam van sleutelpersonen worden samengesteld dat in principe 24/7 oproepbaar is. Dit kernteam zal zich bezig houden met de dagelijkse aansturing en coordinatie van alle geactiveerde delen van de SBV interventie, zoals veldactiviteiten, transport, euthanasie, en de opvang in (tijdelijke) opvangcentra.

Capaciteit opvangcentra

De capaciteit van gespecialiseerde centra langs de Nederlandse kust om olievogels op te vangen en te kunnen behandelen is afhankelijk van factoren zoals seizoen, dagelijkse aanvoer, soort vogels, de omvang en inrichting van een centrum, het aantal vrijwilligers dat beschikbaar en getraind is, en ga zo maar door. Als onderdeel van het programma wordt er de komende jaren geschat wat deze capaciteit van de opvangcentra onder verschillende omstandigheden is. Bij een beperkte capaciteit kan besloten worden om in de nasleep van een incident een Tijdelijk Opvangcentrum voor Vogels (TOV) op te zetten. Ook daar is de vraag voor welke omvang en capaciteit moet worden gekozen. De daadwerkelijke capaciteit hangt ook bij een TOV van veel factoren af, niet in de laatste plaats van de bemensing die voor het succesvol runnen van zo’n TOV nodig is. Veel aandacht zal de komende jaren gaan naar het goed kunnen inschatten van de capaciteit bij permanente en de tijdelijke opvangcentra.

COÖRDINATIE SON

SON zal in de nieuwe SBV regeling een belangrijke rol spelen, als coördinator van alle samenwerkende partijen. Omdat deze taak nieuw is zal gedurende de eerste twee jaar van het programma met de samenwerkende partijen afgestemd worden hoe SON die partijen het best kan ondersteunen. Deze adviezen zullen leidend zijn bij het herstructureren van de SON zodat zij haar taken naar behoren en met instemming van alle aangesloten SBV partijen kan verrichten.

De SON zal zich de komende jaren richten op het inrichten van een sterk bestuur dat de nieuwe taken van de organisatie goed kan blijven aansturen. De in olievogelopvang gespecialiseerde centra zullen sterk vertegenwoordigd blijven in het werkveld van de nieuwe SON.

Verder zal de SON coördinator steeds meer een ondersteunende en verbindende functie vervullen naar alle partijen, activiteiten faciliteren en tijdens een incident SON in het crisisoverleg vertegenwoordigen.

ONDERZOEKSACTIVITEITEN

Een incident kan zich in vele vormen aandienen. Om goed voorbereid te zijn, worden verschillende scenario’s in kaart gebracht, met name om in te kunnen schatten hoeveel capaciteit nodig zal zijn voor het vangen en verzamelen van slachtoffers, de transportbehoefte en de capaciteit voor euthanasie of opvang en revalidatie van de slachtoffers. De komende jaren wordt gewerkt aan het verder uitwerken van bestaande modellen die houvast bieden aan dergelijke inschattingen. Zo kunnen opleidingen, trainingen en oefeningen per regio worden afgestemd op de noodzakelijk geachte menskracht. Omgekeerd zal de beschikbare menskracht en andere capaciteit op het moment van een incident moeten leiden tot belangrijke beslissingen rond het lot van olievogels: kunnen ze worden gered of moeten ze worden geëuthanaseerd?

Het berekenen en afwegen van al de uiteenlopende variabelen zal leiden tot een beslisboom en een realistische vertaling van de draaiboeken in de Bijlagen van de SBV.

UITBREIDING SAMENWERKING

Als zich een incident voordoet waar vogels bij betrokken zijn, is het waarschijnlijk dat een groot aantal belanghebbende partijen spontaan in beweging zal komen om te helpen. De expertise en capaciteit die deze landelijke en regionale natuur- en dierenwelzijnsorganisaties vertegenwoordigen zijn onmisbaar voor een succesvolle uitvoering van een respons en het ligt voor de hand om deze organisaties uit te nodigen om samen te werken en te vragen een formele rol te vervullen.

In de loop van 2018 zullen landelijke en regionale belanghebbende organisaties benaderd worden met de vraag of ze een rol zien voor zichzelf en of ze een taak willen vervullen binnen de samenwerkingsregeling; als ze daartoe bereid zijn kan die rol getraind en geoefend worden en vervolgens worden geformaliseerd binnen de SBV.

Ook zal binnen het SON netwerk van opvangcentra wordt uitgereikt naar uitbreiding van samenwerking met collega opvangcentra en aanverwante organisaties. Dit zal gebeuren door trainingen open te stellen voor de vrijwilligers van die organisaties en beheerders uit te nodigen via werkgroepen kennis te delen en verder te ontwikkelen.

Elk jaar zal een inspirerende themadag worden georganiseerd rondom thema’s als olievervuiling, Habitats en soorten en deze dagen zijn toegankelijk voor de organisaties en hun deelnemers.

OEFENPROGRAMMA 2017-2022

Het oefenprogramma voor de komende vijf jaar is ontworpen door Sea Alarm en biedt regelmatig terugkerende gelegenheden voor de partijen die deelnemen aan de SBV om hun kennis en ervaring te toetsen en te verbeteren. Alle partijen, dus ambtenaren van gemeenten, medewerkers van de opvangcentra, de SON coördinator maar ook alle samenwerkende organisaties en hun getrainde mensen krijgen gelegenheid hun kennis te oefenen middels het oefenprogramma, dat voor een deel zal bestaan uit veldoefeningen, voor een deel uit beslis- en besluitvormingsoefeningen (table-tops).

De oefeningen zijn per regio georganiseerd, De Wadden, Hollandse Kust en Zeeuwse Delta komen elk met een regelmaat van de klok aan de beurt, en er zullen specifieke en interessante workshops gegeven worden.

Het oefenprogramma is ook een middel om elkaar te ontmoeten, er zal een jaarlijkse SBV vergadering georganiseerd worden voor alle organisaties die zich met hands-on activiteiten bezighouden, om het jaar te evalueren en nieuwe activiteiten samen te bespreken.

Zie ook Oefenprogramma 2012-2016 voor een visuele impressie.